Beste Leha en Günter,
Het is alweer de 21e, we zijn 16 dagen onderweg en precies op de helft, nog 16 te gaan. En toch, herinneringen aan die 16 dagen heb ik nauwelijks. Saskia weet nog ‘precies’ op welke dag we waar waren. We hebben een reismap mee, met de verschillende routes geprint in kleur (screenshots van Google Maps, geplakt en bijgesneden in Paint en opgeslagen als png bestand, bewerkt in Publisher, weer opgeslagen als afbeelding en met de kleurenprinter tastbaar gemaakt. Een flinke map, alle gegevens met betrekking tot de adressen waar we verblijven en pakjes informatie over de te bezoeken objecten in separate hoesjes.
Gisteren bezochten we voor de tweede dag Majdanek, vandaag bezoeken we een moderne kunst museum. Saskia’s interesse voor het fascisme, dan wel het nazisme is oud. Maar stak de kop extra op toen Wilders op het politieke toneel een zichtbare rol opeiste. Zij zag in Wilders vanaf het begin een gevaar. Ik zag in hem een paljas, maar tegenwoordig wel een kwaadaardige paljas.
Onbegrijpelijk dat de ooit als De neger van Venlo (zijn bijnaam op school omwille van zijn Indische afkomst) begonnen kwajongen (later ook bekend geworden als Gekke Geert; Blonde Dolly; Mozart; Blondie het schaap; De grote geblondeerde leider; De grote blonde roerganger; Schreeuwwitje, Greet), zolang een rol – die van hondsvot – op het politieke toneel kan blijven spelen. Als het aan mij lag, ‘het land uit’ met die parasiet, hij doet de ware politiek te niet, rijdt een kwalijk’ scheve schaats, presteert duizendmaal ondermaats, zijn onzin heeft een vieze geur, wijs kokosnoot de klapperdeur. De Nederlandse democratie lijkt stevig, vandaar dat ik hem al die jaren als paljas kon duiden. En eigenlijk is wat mij betreft opnieuw gebleken dat hij een falende potsenmaker is, na de laatste periode als grootste (pias) partij en (hansworst) regeringsdeelname. Dus lachuuh – met de neger.
Wat mij het meest opvalt in Polen zijn de mannen. 99% zijn als door een ringetje te halen, zo netjes, gecoiffeerd, schoon en gesteven, in modieuze knielange broeken en trendy meestal effen T-shirts. Alsof ze elke dag nieuwe kleren kopen. Dat haar op die Poolse mannenkoppen, allemaal volgens dezelfde snit, –
unreal man. Daarnaast valt mij hun gespierdheid op, hun brede schouders en volle borstkas. Als die smetteloze netheid maar niet angst voor creatieve spontaniteit en een beetje chaos betekent. Ik zoek op zoekterm ‘PIS-aanhangers’ in Google-afbeeldingen, maar wordt niet erg geholpen met bewijsmateriaal voor de bedenkelijke stelling die ik in gedachten heb.
Tot mijn verbazing komt de fatsoenlijke gecoiffeerdheid, geklofte netheid en smetteloos ogende reinheid (zedigheid, eerbaarheid, pudeur) van de Poolse mannen, – die ik stiekem fotografeerde -, ernstig overeen met die van PIS-Nawrocki. Ik brand een kaars in de eerste de beste kerk, en hoop dat het sterk congruerende uiterlijke voorkomen van de Poolse mannen niet ook een teken is – voor 99% van hen – van hun innerlijke verkleefdheid aan rechts radicaal conservatisme (nativisme, autoritarisme, populisme) en conservatief katholicisme roomser dan de paus.
Toen wij van Treblinka naar Warschau, de snelweg mijdend, door een stadje reden, werden we opgehouden in de buurt van een kerk. Het leek wel of er een massademonstratie gaande was, mensen liepen in groten getale over de stoep en de weg. Maar na korte tijd werd duidelijk: de hele stoet mensen kwam gewoon lekker uit de kerk. De stroom secuur-ordelijk gekapte mannen, met hun superreine en evenzo geknipte zonen, en in het fris gestoken eegaas en dochters hield maar niet op. Na een kwartier was de kerk eindelijk leeg, toen pas konden we verder rijden. Ik ben nog altijd niet over mijn verbazing heen, over zoveel kerkbezoekers op één – doodgewone – zondag.
De stijlgekapten noemen we
Konserwatyści, de weinigen met alternatieve haardos noemen we
Antypisowscy, – ook van hen stuur ik jullie enkele voorbeelden.
Toegegeven, deze tweedeling is rudimentair. Ik moest ergens beginnen. Overigens hangen onder de categorie
Antypisowscy enkele sub-groeperingen, waarvan we de typering vergaten. Het verschil met andere volken is frappant, neem de foto van de man met het haar in een serie knotten boven zijn hoofd en zijn vriend in kleurloze, vale jeans maat nijlpaard, en verkleurd grauw T-shirt dat een olifant nog zou misstaan, en onverzorgde coiffure zonder snit en fatsoen. Die komen uit Amerika. Die noemen we de
Degeneraci.
Hopelijk denken jullie niet op basis van de door mij in deze brief geëtaleerde
prejudicia dat ik een verwerpelijke vooringenomen etterbak ben. Absurdist, ja. Maar met vriendelijke bedoelingen.
Groet,
Rhett Trümmer
Absurdisme. In 1942 publiceert de Franse filosoof en schrijver Albert Camus het essay De mythe van Sisyphus. In deze tekst introduceert hij zijn filosofie van het ‘absurde’: de mens is vergeefs op zoek naar zingeving in een heelal dat volstrekt onverschillig en willekeurig is.
Routekaarten dag 18, 19 en 20, resp. 22, 23 en 24 augustus.