Beste Leha en Günter,
Hierbij een kort verslag van onze eerste dagen in Duitsland en Polen. Jullie zullen het leuk vinden. Op hoop van zegen.
(10 augustus) Dag 5 alweer. Een rustdag. In Łączany blijven we een week. Het ligt tussen Krakau en Auschwitz.
De eerste drie dagen (5, 6, 7 augustus) flink gejakkerd over snelweg, Autobahn (DL) en autostrada (PL), van Amsterdam naar Nordhausen (dag 1), dan via Mittelbau Dora (concentratiekamp), Mediamarkt voor een waterkoker, en Buchenwald (concentratiekamp), naar Altenburg (dag 2),
op dag drie naar Görlitz – Pension Haus Wiesbaden, op de grens tussen Duitsland en Polen, en op dag vier naar Łączany, via een bezoek aan Krakow. Vermoeiende dagen. Herinneringen verdwijnen rap en krimpen tot een glimp aan de horizon. Gelukkig is daar Mailai, bij wie ik voor aanvulling van informatie kan aankloppen.
Marion Mühle van Pension Wiesbaden vindt het kamertje dat wij krijgen – een smalle ruimte waar twee bedden achter elkaar staan, hoofdeinde aan voeteneinde, zonder ijskast of ander comfort, behalve een toiletruimte (met douchecel) waarin je je nauwelijks kan bewegen -, een geschenk.
Wij hebben voor het geld dat we aan haar kamer kwijt zijn hele appartementen met keuken gehuurd in lommerrijke omgeving. Zelfs het goedkopere kamertje in Altenburg, een dag eerder, heeft een ijskast, en we kunnen gebruik maken van een gemeenschappelijke keuken. We hebben een balkon met een tafel en stoelen waar we heel erg van hebben genoten tijdens de avonduren.
Op dag 1 vertrek ik met een voorgevoel van onheil dat mij al dagen achtervolgt. Angst voor het onbekende, het ongewisse. Hoe zijn de Polen. Houden ze van buitenlanders? Spreken ze meer talen? Hebben zij hetzelfde gevoel voor dingen en humor als ik? Zijn PIS aanhangers makkelijk te herkennen? Zodat je de benen kan nemen, voordat ze je pakken. Is het conservatieve Poolse katholicisme een bedreiging? Hoeveel Polen zijn er die langere tijd in Nederland gewerkt hebben? Die een woordje Nederlands kunnen, of Duits?
Halverwege de eerste dag krijgen we bericht van het pension waar we naar op weg zijn, ‘dat onze reservering met succes is gecanceld’. Wat is dit nou!? Stress. Uiteindelijk krijgen we booking.com aan de lijn, en wordt een nieuw onderkomen geregeld, althans, dat moeten we zelf doen, vanuit de auto, via een smartphone, die van Mailai, en met haar creditcard. Het geld dat we betaalden voor de aanvankelijke overnachting wordt in zijn geheel gerestitueerd. Een geluk bij een ongeluk. Ons nieuwe onderkomen blijkt bij aankomst een ‘ontzettend’ lief plekje te zijn, ver van alle drukte, beter kan niet.
Nadat wij ons nieuwe onderkomen regelden, vertrekken we. Om uit de fuik te komen kan ik kiezen tussen terug de afrit van de snelweg op, of een weggetje inslaan dat volgens mij naar de grote parkeerplaats voert, maar waar een wit bord met rode rand voor staat. Een stukje terug de afrit op en daarna meteen rechtsaf richting tankstation enz., blijkt de juiste oplossing. Maar ik rijd de verboden straat in, die wel pal langs de parkeerterrein loopt, echter geen toegang geeft tot het terrein. So ’ne Scheisse. Aan het eind van het weggetje een T-kruising. Van links rijdt een vrachtwagen, een tienwieler, het weggetje in waaruit wij komen. Ik maak rechtsomkeert, weer is er een bord met verboden in te rijden. Verdammt und zugenäht. Een weg voor auto’s die van twee kanten verboden is voor auto’s. Unglaublich. Ik moet terug, dat staat vast, achter de vrachtwagen aan. Terug bij het begin, staat daar de vrachtwagen, met een jonge politieagente met prachtig blond haar, aan de bestuurderszijde van de vrachtwagen. Zij praat, het hoofd achterover, met de chauffeur boven in zijn cabine. Ik kan er nog net langs met de auto, maar wordt aangehouden door een aantrekkelijk jonge man in uniform, ook blond. Iets verder staat een politiebusje geparkeerd. De Bulle zegt dat ik in overtreding ben en gebiedt mij naast het busje te parkeren. Ik stap even later uit, en vraag waarom hij ons aanhoudt. Ik leg meteen uit waarom ik het verboden toegang bord negeerde. Tot twee keer toe onderbreekt hij mij. Of ik wat geld wil schuiven. ‘Wilt u geld van ons?’, roept Mailai. Nee, zegt Polente snel, niet ik, maar voor de boete, die ik helaas moet uitschrijven. Ik kon alleen maar zeggen: ‘Wahnsinn, wirklich’, en nog eens ‘Wahnsinn’. Kalkmütze heeft mijn rijbewijs en het pasje van de auto ingevorderd en ze met zijn mobieltje gefotografeerd. Nu loopt hij naar zijn Mercedes Vito in de kleuren blauw, wit en geel, met de pasjes, om mijn gegevens te controleren, zegt hij. Ik zit in de auto als hij terugkomt en nadat ik ben uitgestapt, zegt hij met zachte stem dat hij het bij een eerste waarschuwing laat. Ik krijg de ingenomen pasjes terug, en toon blijdschap. Ook Mailai is verheugd. ‘Du hast es verstanden, junger Mann. Die richtige Entscheidung. Deine Mutter wird sich über dich freuen,’ zeg ik, (Oder auch nicht, denk ik er onwillekeurig achteraan.) Hij lacht een beetje zuur. ‘Aber ich danke dir vielmals, lieber Junge, und ich wünsche dir einen schönen Tag’, laat ik er nog op volgen, en dan spring ik in de auto en trek op met slippende banden.
Groet,
Rhett Trümmer
—
Dag 4 tot 11 – Łączany – Zeeën van ruimte en een realistisch aandoend portret van wijlen paus Franciscus.
Routekaarten dagen 1, 2, 3 en 4, resp. 5, 6, 7 en 8 augustus.