Elsa en Miro (10 mei 2026, Marseille; + flashback Avignon)


10 mei 2026, Marseille.
Hoi Elsa en Miro,
We zijn neergestreken in Marseille, in een zes bij vijf meter groot Tiny house staat voor foto’s onderaan de verslagen), maar wel ook vijf meter hoog. Aan één kant, in de hoogte een loft, via een trap bereikbaar. We beschikken over een ‘droge’ wc, toilet zonder water, waar we rul materiaal in strooien dat vocht bindt en vaste componenten uitdroogt. Geurloos. Toiletpapiervriendelijk. De eigenares komt de pot legen zodra dat nodig is. Ik zal dan toekijken hoe dat gaat en waar ze hem leegt, zodat ik het daarna zelf kan.
Het Tiny house met het land er omheen staat voor mijn gevoel midden in Marseille, maar niet in het absolute centrum of daar op vijf minuten lopen vandaan, zoals in Avignon (vijf minuten lopen naar het Papenpaleis). Naar de Vieux-Port, de oude haven van Marseille, is het twintig minuten rijden met de auto (parkeergarage) en tien minuten lopen naar de haven.
Tot nu toe ervoer ik enkel lievigheid van de Fransen, jong en oud, en daartussen. Tot op de laatste dagen in Avignon, 5 en 6 mei jongstleden.
 Terwijl ik denk dat de goedgemutstheid, mededeelzaamheid, spraakzaamheid van al die Fransen een innerlijke kwaliteit is, ben ik geneigd te denken dat eventuele grimmigheid, boosheid, nijdigheid, bruutheid, van anderen tegenover mij, het gevolg is van een reactie op mij, en mijn schuld. Maar toch roept de boosheid van de ander weerstand bij mij op.
5 mei 2026, Avignon.
We kwamen uit het Musée du Petit Palais, waar we schilderijen van onder andere Botticelli bekeken en liepen over het Place du Palais voor het museum richting de kathedraal Notre Dame des Doms met daarachter het Papenpaleis. Ik bleef staan kijken naar twee mannen die met (pot)sierlijke bewegingen metalen ballen aan het gooien waren, in een boogje, naar een klein houten balletje dat zij eerder van zich afgooiden, zo dicht mogelijk bij het balletje, het liefst er tegenaan. Als dat de ene speler lukt, is het zaaks dat de tweede speler de ijzeren bal van zijn opponent probeert te raken zodat die wegspringt van het balletje en de bal van speler twee nu het dichtst bij het houten balletje ligt. Iedere speler heeft drie ballen. De eerste speler, een man met een mooie haardos en een vriendelijke uitdrukking bleek zeer bedreven. De man met het geschoren hoofd (goed onderhouden kapsel) en stoppels (nette sik rondom de mond en kin, de wangen geschoren), smal hoofd (normale schedelvorm) en ontevreden toot (dat wel), duidelijk minder. Ik constateerde al vroeg ongemak bij hem met betrekking tot mijn toeschouwerschap, maar ik had mijn domme zinnen gezet op het kort volgen van het spel. En ook te proberen een foto van de bal te maken iets nadat die de omhoog geheven hand verlaat. Toen richtte de gestoppelde zich tot mij, geërgerd, en beet mij toe dat ik voor iedere foto vijf euro kon betalen en voor ieder bewegend beeld tien. Zijn maat vond dat wel komisch en stond er breed bij te grijnzen. Ik schrok, ondanks de grappige eis van de gestoppelde, en wist niet te reageren, ik ben niet heel ad rem, en sla doorgaans dicht in een situatie als deze. Mailai daarentegen… (als een kloek die haar kuikens verdedigt). De zaak dreigde een beetje uit de hand te lopen, de man kwam dreigend onze richting op, zonder dat ik daar nou bang van werd. Hij werd te vaak lastiggevallen door mensen die bleven staan kijken en er maar op los knipsten, riep hij getergd. Mailai bracht ter sprake dat hij zich in de openbare ruimte bevond waar zulks doorgaans niet verboden is[1]. Hij beledigde ons door te verkondigen dat er te veel van ‘ons’ rondlopen en eindigde zijn betoog met een klinkklaar ‘Fuck you’, dat Mailai beantwoordde met een feestelijk ‘Fuck yourself’. Daarmee was de zaak afgedaan. Ik maakte maar geen foto’s meer, Mailai liep door, ik bleef nog even staan kijken. Zie je het voor je?
Ik ken het gevoel van ongemak wel waar de gestoppelde mee kampt/e. Ooit moest ik voor school met medestudenten buiten tekenen – dat was een vak –, maar oh, wat had ik er een hekel aan. Want wat ik vreesde gebeurde, onbekenden kwamen over de ruggen van de studenten staan gluren om te zien wat zij presteerden. Dat frustreerde mij danig, ‘Rot op’, beet ik een koekeloerende medeburger toe, wat werd opgevangen door de ons begeleidende buitentekenleraar. Dat hoorde niet vond de leraar. (Rot jij ook maar op, zal ik gedacht hebben.) Ik ontliep alle feedback tijdens mijn jaar op de academie in den Bosch. Kwamen de leraren eraan van de ene kant, dan verliet ik mijn schildersezel en vluchtte weg via de andere kant, totdat ze mijn werkplek waren gepasseerd. Dan kwam ik via de ene kant weer terug. Na een jaar hield ik het daar voor gezien.
Ik wilde dat ik de juiste woorden had gevonden om de gestoppelde gerust te stellen. Zo van, ‘Ja oké, je spel is niet wat je zou willen, je ballen vallen net iets te ver van het houten balletje af, het lukt je niet de bijna tegen het houten balletje aan liggende ‘boule’ van je kompaan weg te ketsen, en, ja, je komt keer op keer als verliezer uit de lift. Dat kwetst, en dat snap ik, ik, oude man met levenservaring’. Nee, te arrogant, niet de goede manier, toch. Ik had naar hem toe kunnen lopen, met uitgestoken hand, en de woorden, ‘Ik heet Zus en Zo, aangenaam. Vertel eens, wat is precies je punt, hoewel, ik ken het punt. Ik kom zelf uit Amsterdam, en daar wemelt het eveneens van het ‘te veel’ aan anderen, toeristen bedoel ik. Een lastig probleem inderdaad. De halve binnenstad staat blauw van de rook van marihuanajoints[2], en wordt platgelopen door groepjes mannen die zich vergapen aan de raampros’tués, veel Engelse, vaak dronken – er oplos wildplassende – mannen, maar ook Franse jongens, van jouw leeftijd, of ouder, en ook jonger trouwens, die in hun langs de grachten geparkeerde auto’s kamperen en de boel er omheen logischerwijs flink vervuilen. De binnenstad is een grote aaneenschakeling van bad-eenden winkels, coffeeshops, eet- en drinkgelegenheden, bedoeld om de drommen ingestroomde buitenlanders te plezieren en uit te melken. De burgemeester mag haar best doen om de situatie te veranderen, met het oog op de leefbaarheid van het eigen volk, maar dat wil niet erg lukken, ondanks jaren van inspanning en steeds weer nieuwe plannen. Tegen het binnen- en buitenlands grootkapitaal is het stadsbestuur niet opgewassen. Dus, beste gestoppelde, we zitten in hetzelfde schuitje. Ben je wel eens in Amsterdam geweest? Geweldige stad, vind je?, ja, zoals alle Fransen die ik spreek. Nou, geef mij Avignon maar. Hier, een ‘tappe poigns, oké!? APTs[3]!?, mon cher pote’.
Een dag later, we zijn aan het vertrekken. We hebben de auto uit de parkeergarage gehaald, maar kunnen die in de straat waar ons appartement zich bevindt niet kwijt. De straatjes hier zijn enorm smal en volledig vol geparkeerd. We hebben gemiddeld wel een kwartier nodig (drie keer op en neer/heen en weer) om onze spullen de trap af te dragen, naar de kleine grijze te slepen en in te passen in de ruimte vanaf de stoelen van de bestuurder en zijn bijrijder tot en met de kofferbak (de achterbank is neergeklapt). Ook in de straat achter de Rue Limas, de Rue Rem du Rhône is geen plek voor ons muisje, ook al blijkt dat achteraf niet waar te zijn. Aan de uitbater of medewerker van een restaurantje in de Rue Rem vragen wij of wij Muis even op de oprit (verboden te parkeren op gevaar van te worden weggesleept) naast het caféterras mogen parkeren. Zij stemt in. We hoeven nu alleen nog maar door het korte steegje Rue du petit Limas waaraan ons appartement grenst. Honderdtwintig passen heen, honderdtwintig terug en dat drie keer. Als ik de derde keer bepakt en bezakt terugkom, hoekje om, en naar Muis loop zie ik een forse man, geschoren hoofd, lichte stoppelbaard, op het terras, naast een andere vrouw, uitbaatster of medewerker van het restaurant staan. Ik hef mijn tassen omhoog en roep puffend en hijgend: ‘Dit is het, meer niet, we zijn zo weg’. ‘Je blokkeert mijn werk’, is het eerste wat de man mij toebijt. ‘Maar, maar, ik heb gevraagd of het mocht en toestemming gekregen.’ ‘Nee, dat heb je niet, je hebt je auto hier gewoon neergezet, zonder omwegen, plompverloren (zonder enig beraad, hol over bol).’ Waar blijft Mailai, denk ik. Ik pas de koffer en de overige bagage zo snel mogelijk in, onder het toeziend oog van de nurkse (ontevreden, geïrriteerde, humeurige) man. Ook de bagage waar Mailai mee aankomt verstouw ik gezwind haastig zo dat ik vrij achteruit kan kijken vanachter het stuur en spring als de bliksem, scheetsgewijs, knaphandig in de auto. Ik rijd tergend langzaam achteruit, en mis op een haar na een enorme bloempot van beton met erin een prachtige bloeiende struik – de Callistemon citrinus, ofwel rode lampenpoetser. Intussen is de man al doende zijn grote bestelwagen te parkeren op de gewraakte inrit. Als hij is uitgestapt, stap ik ook uit en loop naar hem toe. In keurig Frans bedank ik hem voor zijn vriendelijkheid. ‘Merci pour votre gentillesse’. ‘Kijk, je had daar kunnen staan’, hij wijst naar een met een geel kruis gemarkeerde plek langs de gigantische vestingmuren. Ik zie een bord waarop Laden/Lossen staat (Chargement/Déchargement). Ik blijf hem bedanken: ‘Oui, non, mais en tout cas, merci beaucoup pour votre gentillesse. Merci, merci beaucoup encore une fois, vraiment’. We zijn uitgepraat, en beginnen aan de tocht naar Marseille. De zon schijnt. We mijden tolwegen. Rijden langs wijngaarden, velden vol klaprozen, groene beboste heuvels met kleine dorpjes op de top, kastelen en romaanse kerkjes.
Vandaag, 10 mei 2026, 12:51 uur. Nog een halve dag Marseille, morgen naar Italië.
Marseille vinden wij een geweldige stad, waar we met veel ups en wat kleine downs super van hebben genoten. Toerisme in Marseille[4]
Groet,
Rhett Trümmer
—
Onderweg naar Marseille
—
[1] In Nederland is het fotograferen van mensen in openbare ruimtes in principe toegestaan zonder expliciete toestemming. Dit valt onder de vrijheid van meningsuiting en artistieke expressie.
[2] Marihuana – Zelfstandig naamwoord 1. (Plantkunde) (medisch) wordt gemaakt van de bloemtoppen of zaaddoosjes van de vrouwelijke, onbevruchte hennepplant Cannabis sativa (variëteit indica) dat een hoog gehalte van de stof THC bevat en kan worden gebruikt als medicijn of genotmiddel. Ensie.nl
[3] APTs – Amis pour toujours. In het Nederlands: Vrienden voor het leven (VVHL).
[4] Toeristen ontdekken Marseille als creatieve en rauwe stad, met alle groeipijnen van dien – Floor Bouman, NRC, 11 november 2024