1 juni 2026, Napels
Beste Leah en Günter,
16-… mei 2026. Ik hou van de rommeligheid van steden als Marseille en Genua enerzijds, en van de chaos van het onbewerktuigde natuurrijk (/de onbewerkte natuur).
Ik hou van mensen die zich vermaken met sport, kunst en cultuur, eerlijke handel, die gaan voor menselijkheid, mededogen. Ik wil ook graag solidair zijn, mijn solidariteit betuigen, maar vind de praktische kant daarvan moeilijk. Ik kom niet veel verder dan posters in de voorramen van onze woning in de Alfalfastraat met steunbetuigingen aan de Gazanen-Palestijnen, Syriërs, Soedanezen, Oeigoeren, Tibetanen, Rohingya, Myanmarezen (Birmanen, Birmezen), Georgiërs, Iranezen en natuurlijk de Oekraïners. Ik nam deel aan de grote Rode Lijn-demonstratie in Den Haag en enkele andere demonstraties tegen de bezetting van Palestina, Gaza, de Westelijke Jordaanoever. Voor het eerst in mijn leven, want in mijn vroegere leven hield ik me met wereldzaken niet bezig. Ik ben zelf een soort minderheid die bedreigd wordt en leidt een leven van stilstand en passief verzet [“Kruipslak schuivend – door een baaierd – met ogen die licht zien – geen vaste vorm echter.” (Kédes Lillewej, 2005)]. De vercommercialisering van sport, kunst en cultuur daarentegen is mij in de loop der decennia een allengs dikker wordende joekel van een doorn in het oog. Vooruitgang is niet niets, maar ook niet alles.
28 mei 2026, Toscana, prachtig heuvellandschap, we bivakkeren op een heuvel, in een op-over-aan elkaar gebouwd gehucht, – een voormalig klooster.
We hebben weer iets ‘fantastisch’ meegemaakt.
25 mei 2026. We hebben nog niet geparkeerd achter de met een ketting verbonden rood-witte paaltjes voor het door ons gehuurde verblijfje, Via Croci 7A, niet ver van de ‘verwinkelte’[1] heuveldorpen Massa en Cozille (in de provincie Pistoia[2], op rijafstand van zowel Pisa als Florence), of een vrouw stapt op ons af. Ik probeer haar te bezweren[3] met een vriendelijk ‘buonasera’, dat zij nauwelijks beantwoordt (labyrintische zin[4]). Op beschuldigende toon verbreekt zij de bezwering, met de stelling dat onze Muis op haar terrein staat. Ze rukt wat aan het voorste rood-witte paaltje, alsof ze dat wil verplaatsen, maar te zwaar, en zegt dat ze morgen niet makkelijk met haar rode Audi, Ford, of Fiat, rechts van Muis haaks op Muis geparkeerd, weg kan. Ik schat dat dat niet waar is op basis van wat ik meet met mijn ogen, – meten is weten, maar houd mijn mond. Muis staat vlak achter het rood-witte paaltje, en zij kan de draai vooruit en achteruit met gemak maken, zonder ergens tegenaan te hoeven botsen, om vervolgens naadloos vanaf het eigen terrein de weg op te kunnen zwenken. Ik zou Muis een stukje naar achteren kunnen zetten, maar ga niet meteen gedienstig achter het stuur zitten, ik verzet me tegen haar gekonkel, zij het vriendelijk, zonder woorden, met knipperende ogen, jawel, zo van ikke-niet-begrijpt. Ze beseft dat ze me niet heeft kunnen manipuleren, (wel intimideren maar dat laat ik niet merken) en zegt met Italiaanse tongval, terwijl ze haar schouders met misbaar ophaalt, ‘Buttai’wiesheyou’applèsunt’eveningue’, zo van: jullie hebben last van niets, terwijl ik me loop te verbijten. Als ik begin te zeggen dat ik niet begrijp dat hoewel Muis achter het terrein-indelingspaaltje geparkeerd staat, Muis toch op haar terrein zou staan, onderbreekt ze me snel, met dat ik het natuurlijk wel weet/wist/had moeten weten/moet hebben geweten, zou moeten hebben geweten, had moeten hebben geweten, en komt ze op me af met wijd opengesperde ogen groot als dooiers. Haar gedrag is volkomen ongepast en absoluut kwalijk, komt me voor. Ik begrijp niet wat er werkelijk achter deze conduite schuilt.
Dat we nergens last van hebben is trouwens niet waar, integendeel: we schrokken ons het bange snuitsel van haar beschuldiging en manier van optreden. Maar nog meer van iets anders.
We hebben de tolweg verlaten zonder af te rekenen. Hoe dat nou kan? We snappen het niet. Terwijl wij wachten bij de tolweguitgang en ik Mailai’s bankkaart op de daartoe bestemde plek tegen de paal houdt, gebeurt er niets, terwijl de slagboom openstaat, die normaal gesproken pas opengaat nadat je betaalde. Er is ook geen sleuf om het, bij het enteren van de tolweg nabij Florence verkregen ‘tíícket’ (tolweg toegangsbewijs) in te schuiven. Maar wij hebben de goede uitgangspoort genomen, dus niet een met geel vlak en letter T voorziene poortjes, maar die met een blauw bord. De tijd na de avondmaaltijd, brengen we bezorgd door met uitzoeken wat dat kan betekenen voor de portemonnee. Het kan ons op een boete te staan komen, deurwaarder aan de deur, incassokosten, herinneringskosten, administratieve kosten van honderden euro’s, terwijl we 3,10 euro moesten betalen[5]. Tussen elf en twaalf ’s avonds schrijven en versturen wij een brief aan de tolwegen-autoriteit:
Onderwerp: Niet-betaalde tol – Nederlands kenteken …
Geachte exploitant van de Autostrade per l’Italia,
Op 25 mei reden we van ons vakantieadres, Via Croce 7A, 51010, Massa e Cozille, naar Florence.
Om 12:18 uur reden we de tolwegoprit Montecatini Terme op en namen de afslag ASPIT Firenze ovest. We betaalden € 3,10 bij terminal 01333835.
Op de terugreis via dezelfde route ontvingen we om 19:12 uur een tolbon (Firenze ovest 333) en verlieten de snelweg bij Montecatini Terme.
De slagboom bij de afslag was open. We ontvingen geen afrekening, en konden niet betalen. Er reden auto’s achter ons, dus we moesten doorrijden, maar we vonden het vreemd dat we niet konden betalen.
Thuis probeerden we uit te zoeken wat er was gebeurd en ontdekten we dat we ook geen ticket voor onbetaalde tol hadden ontvangen. Het kenteken van onze auto zal geregistreerd zijn bij het passeren van de tolpoort.
We hopen het probleem zo snel mogelijk met uw hulp op te lossen.
Met vriendelijke groet,
Rhett en Mailai
Rond twaalf uur staat Mailai in de badkamer haar tanden te poetsen met haar elektrische tandenborstel, we praten nog wat na over het voorval van de onbetaalde tol en de zorgen die ons achtervolgen, als ineens keihard op de muur van de badkamer gebonkt wordt, een verbeten stem roept mè duvel en geweld, ‘BASTA, SILENCIO!’. We zijn allebei op slag misselijk. Gespannen vragen we ons met gedempte stem af wat er zoal aan de hand kan zijn. Er wordt weer als met een sloopkogel op de muur gehamerd, en weer dreunt het ‘SILENCIO’ op onze koppen, met het effect van een hamer. Daarna houdt het agressieve geweld op en proberen wij zenuwachtig wat te slapen.
De volgende dag ben ik vroeg genoeg op om de buurvrouw met de rode wagen vanachter de gordijnen probleemloos te zien vertrekken. Waarom in godsnaam deed ze gisteren zo moeilijk?!
Wij besteden de dag met rondtoeren in de buurt, bezoeken het oude Massa en ook Cozzile, en via de smalste weggetjes door dichtgegroeide bossen, met toch af en toe een huis, bereiken we Pescia. Daar doen we inkopen bij Esselunga, een grote supermarkt. Tenslotte rijden we over de Strada Nazionale 29 terug naar ons logeeradres, zonder een moment te bevroeden wat ons daar te wachten staat.
Ik weet het niet meer: stond ze al buiten, of kwam ze haar woning uit terwijl wij de auto aan het parkeren waren. Mailai meent het laatste.
De vrouw valt op hoge poten blazend van de toren met de deur in huis: zonder, ‘Hallo, ik heb een probleem (met jullie) kunnen we even praten’.
Hoe hadden we de avond ervoor zo bont kunnen maken met dat lawaai van ons. Na elven hoorde het in dit condominium[6] stil te zijn, dat was afgesproken, op schrift gesteld ook, kijk … hier’, ze wil Mailai iets laten zien op haar telefoon, een website. Mailai heeft geen behoefte aan de telefoon van Tomasi zo in haar gezicht geduwd en schuift de telefoon van zich af. ‘Wat was dat voor onbetamelijk gestamp op de muur gisteravond en dat ijselijk geschreeuw’ vraagt Mailai aan Beatrice Tomasi. Meteen draait Tomasi zich naar haar buurvrouw die op éénhoog uit het raam hangt en vertelt haar in het Italiaans wat Mailai gezegd zou hebben. ‘Hoezo hebben wij vannacht lawaai gemaakt, dat lijkt mij een onterechte beschuldiging’, richt ik mij ook tot Tomasi. Ik weet dan nog niet hoe ze heet, dat lees ik pas de dag erna op haar naambordje bij de bel. ‘We hebben helemaal geen lawaai gemaakt, we praten vrijwel nooit op harde toon, ook gisteren niet.’ ‘Nou, wel degelijk, niet alleen ik had er last van. Ook de buurvrouw en haar man van éénhoog. Niet alleen ik heb op de muur gebonkt, ook zij hebben op de vloer gestampt.’ Ik kijk bevreemd naar de bovenbuurvrouw, die na van mevrouw Tomasi te hebben gehoord wat Tomasi net tegen ons zij, instemmend knikt, het is nauwelijks een knik. Tomasi is buiten zichzelf van woede, haar handen trillen, haar ogen groter dan de maan. ‘Ik kon niet slapen van jullie luide stemmen en moest de volgende dag weer naar mijn werk. Heeft Christina (onze huisbaas) jullie dan niet gezegd dat na elf uur het licht uit moet en er geen geluid meer mag worden gemaakt?’ ‘Nee, dat hoeft ook niet, want wij zijn rustige oude lieden, maar, nogmaals, volgens mij praatten wij gisteravond op beschaafde toon (ondanks onze zorgen over de niet betaalde tol)’. Tomaso gaat helemaal uit haar dak in haar rol van gedupeerde Calimero en razende roeland, met veel misbaar, grote verontwaardiging en onbeheerste woede. Het is pijnlijk om te zien. Intussen hangt de bovenbuurvrouw genoeglijk uit het raam als een theaterbezoeker op het schellinkje[7]. Zij verstaat van de hele discussie in het Engels geen woord, spreekt uitsluitend maar dan ook uitsluitend Italiaans. Calimero houdt haar wel voortdurend op de hoogte met vertalingen van de afschuwelijke dingen die wij beweren, dat wij menen dat het niet kan dat zij last van ons gehad hebben, enzovoorts. Als mijn ogen die van de volkse buurvrouw kruisen maakt zij gebaren met haar handen, zo van ik kan het niet volgen en kijkt ze me gelaten aan, maar vriendelijk.
Mailai haalt uit naar Calimero en wil niet meer met haar praten. Calimero moet zich eerst anders opstellen en op normale, niet intimiderende toon, respectvol en niet met beschuldigende vinger met ons in gesprek gaan, zegt ze tegen de razende roeland, die dit meteen op hoge toon driftig doorbrieft naar het schellinkje.
Ten einde raad richt ik me ook tot de engelenbak en in mijn beste spaghetti Italiaans vraag ik Schellinkje hoe de vork precies in de steel zit. Het aapje krabbelt langzaam uit de mouw. De muren zouden gehorig zijn. Schellinkje wijst naar beneden, de woning waarin wij vertoeven en naar de woning van Calimero en dan naar de woning boven haar. Het is verschrikkelijk, die gehorigheid, ze kan er niet van slapen, ondanks dat ze oordopjes in heeft, ’s nachts in bed. (Ik denk, snurkt je man soms onbedaarlijk ook[8].) Haar man verschijnt kort op het toneel, kijkt, luistert, en loopt weg, ‘maar ik ben het helemaal eens met razende roel’, zegt hij wel. (‘Hè, nare partijdige man!’, denk ik[9].)
Calimero loopt voortdurend haar woning in, en weer uit, als een duiveltje uit het spreekwoordelijke doosje. Zij gaat mee in het verhaal van Schellinkje. Mailai roept, dat ze hun huizen dan maar moeten isoleren. Ik vind dat vrijheid van meningsuiting enigszins aan banden moet worden gelegd. Geen olie op het vuur gooien, denk ik. Haar opmerking helpt de zaak niet de-escaleren. Met luide en verontwaardigde stem vertaalt Calimero Mailai’s woorden voor Schellinkje. Die maakt een gebaar van machteloosheid en zegt ‘Helaas is dat onmogelijk’. Dat kan meer dingen inhouden. Ik geef haar in meer dingen gelijk. Christina blijkt de aap te zijn, nu helemaal uit de mouw kruipend: Christina dit en Christina dat, hoe vaak ze Christina al niet gezegd hebben dat het zo niet gaat. Dit is een condominium met strikte regels betreffende stilte na elf uur. Christina moet dit duidelijk en zwart op wit in de informatie voor haar klanten zetten, maar nog weer eens blijkt dat ze dat vertikt. Ze trekt zich nergens iets van aan, Christina.
‘Oh’, denk ik en richt mij tot Schellinkje, ‘dus jullie hebben altijd al ’s avonds of ’s nachts last van elkaar qua geluid en nu moeten wij het ontgelden, dat is niet eerlijk’. Wie is hier nou de Calimero. Zij zijn met meer, Tomaso, Schellinkje en haar man, en misschien de bewoner van de bovenverdieping, die er niet is. Hij is de man met de twee of drie schoothondjes die later op de avond thuiskomt in zijn Tesla. Ik groet hem en hij groet vriendelijk terug. Tegenstander of neutraal en vredelievend?
Tomaso heeft nog wat hete hangijzers: ze moet elke dag naar haar werk en de afgelopen drie dagen was zij elders op een beurs met boeken, zij is boekverkoper. Dodelijk vermoeiend. Het was de eerste drie dagen van ons verblijf inderdaad supergeweldig, vredig, stil, alleen het geschetter van de ontelbare vogels waaronder onbekende vogelgeluiden. Van de bovenburen hoorden we nauwelijks iets. De hondjes blaffen wat, hun baasje is een al lieve woordjes voor de mormels, lieverds dit, schatjes dat. Buiten op het balkon boven ons wordt van tijd tot tijd gepraat, hoorbaar, maar niet overdreven luidruchtig. Het valt me wel op dat Italiaanse vrouwen flink van leer kunnen trekken (‘Vaffanculo’ hoor ik een keer roepen, vanaf het erf lager op de helling). Een uitzondering is Schellinkje. Haar man is eerder een luidruchtig spreker. Ook een man hoor ik een keer vloeken op een parkeerplaats, wanneer hij zich realiseert dat hij parkeergeld moet betalen (‘Mi rompe(n) le palle’) en een jeugdig persoon in een drukke straat (‘Ma che stronzo’[10]). Allemaal niet tegen mij gericht, godzijdank.
Het moet ons een schuldgevoel geven vermoed ik, dat ze doodmoe terugkwam van drie dagen boekenbeurs en de volgende dag meteen weer aan het werk ging. En dan was er ook een goede vriend van haar overleden.
Duidelijk is: wij zijn niet schuldig, we hebben ons niet misdragen, en niet voor extreem geluidsoverlast gezorgd, want we hebben niet hard gepraat, maar rustig overlegd hoe het tolprobleem op te lossen, een schuld van 3,10 euro, die we graag betalen voordat enzovoorts. Om kwart over twaalf waren we klaar met tandenpoetsen en gingen we naar bed.
Tomaso voert een hetze tegen ons, die begon met haar onzinnige beschuldiging in verband met Muis, onze vierwieler, twee dagen eerder.
Hoe vaak ik ook vriendelijk herhaal dat ik zeker weet dat wij niet zo luid praatten dat het voor lawaai kan doorgaan en niet zo hard klonk dat zij er niet van konden slapen, Tomaso blijft, mij voortdurend onderbrekend, snoeihard het tegendeel beweren, en voert oneigenlijke argumenten op, dat ze elke dag werkt en drie dagen een beurs bezocht, en doodmoe is, en dan nog die dode vriend, om ons af te zeiken. Haar leven is niet onze schuld.
‘Ik heb het toch gezien’, roept Tomaso. ‘Oh, heb je lopen spioneren?’, vraag ik. En dat je mij gezien hebt, zegt niets over wat je gehoord hebt. Het raam met dubbel glas en de voordeur ook met dubbel glas waren gesloten. ‘Ik had bijna aangeklopt’, roept Tomaso. Had dat gedaan, denk ik, dat had een en ander kunnen voorkomen. Ik liep al in mijn nachttenue terwijl ik de brief aan de exploitant van de Autostrade per l’Italia aan Mailai dicteerde, die hem uittypte op haar Appeltje. Dat zal haar ervan hebben weerhouden aan te kloppen.
Ik zeg tegen Schellinkje nog maar eens dat het ons grieft dat wij onterecht als zondebok worden gebruikt in de vete tussen de leden van het condominium met aan de ene kant Christina, en aan de andere kant vooral Tomaso. Ik bedank Schellinkje voor haar eerlijkheid en wens haar vriendelijk een prettige nacht. Schellinkje antwoordt met dezelfde vriendelijkheid en eendere wens. Celaeno[11], ik bedoel Tomaso, kan me de pot op met een wollen deken. Ze haat Christina en alles wat naar Christina[12] verwijst.
Als ik terug ben in de woning en eens naar de muren en het plafond kijk constateer ik dat die van beton zijn en zo dik, dat het geluid er slechts spaarzaam doorheen sijpelt of je moet er met de vuist hard op slaan en gillen als een gek. Tomaso zou wel eens de bezitter kunnen zijn van een gedragsstoornis[13], en een Periodieke explosieve stoornis[14]. Ze zit zich nu vast de haren uit te trekken op de pot onder de deken. Nee, zegt Mailai, ik zag net de bovenburen haar woning ingaan. Even later komt er als van ver wat vaag geroezemoes gekruid met wat scherpe klanken door de muur heen. De stem van Tomaso, een zware mannenstem en een sussende vrouwenstem. Dan wordt er gelachen. Wat voor soort lachen, vals gelach, of zuur gelach, is me niet duidelijk.
Mailai en Christina sturen elkaar tegelijkertijd een appje, het appje van Christine komt binnen terwijl Mailai het hare verstuurd. Dat van Mailai luidt:
Beste Christina, even ter informatie:
De buurvrouw is gisteren aangekomen en maakt nu problemen, omdat ze zegt dat we te veel lawaai maken.
We hebben niet geschreeuwd en hebben zachtjes met elkaar gepraat.
De vrouw is erg onaardig…
Ook gisteravond heeft ze tegen ons geschreeuwd en op de muur gebonkt.
Ze zal waarschijnlijk contact met je opnemen…
Simon heeft met de bovenbuurvrouw gesproken. Zij is oké, redelijk. De vrouw naast ons is dat niet. Ze schreeuwt en is onvriendelijk, en beschuldigt ons van allerlei.
Wij ontvangen een appje van Christina, de schat, die we het weekend ontmoetten, samen met haar man, zoon en diens vriendin. Prettige, blije en ontspannen mensenkinderen. Ze brachten het weekend door in een woninkje achter het onze. Zij schrijft:
Ik verzoek u vriendelijk om ’s avonds zachtjes te praten, omdat de buurvrouw heeft geklaagd dat ze ’s nachts niet kan slapen.
Mailai antwoordt daarop:
Ik heb je bericht net gelezen. Zoals ik je al schreef, zijn we rustig geweest en hebben we ons normaal gedragen, net als toen je hier was. We vinden dat de buurvrouw overdrijft. Op een onaardige manier. Ze schreeuwt tegen ons en roept dat we liegen.
Christina reageert hierop met:
Het spijt me zo. Ik weet niet wat ik moet zeggen. Maar bedankt voor je duidelijke bericht, dat ik al naar haar heb doorgestuurd. Ik hoop dat het je niet stoort.
Mailai antwoordt:
We kunnen het wel aan. Maar we vonden het belangrijk om je te informeren. We hebben het hier erg leuk gehad en je appartement is prachtig!
Groet,
Rhett Trümmer
Rhett Trümmer
—
[1] Das Wort verwinkeln (meist als Adjektiv verwinkelt gebraucht) bedeutet, dass etwas eng ist, viele Ecken und Kurven hat und keinen geraden oder übersichtlichen Verlauf aufweist.
[2] De bestuurlijke indeling van Italië bestaat naast de centrale overheid uit drie bestuurslagen:
– De Regio (Regione), 20 in totaal, waaronder de Autonome regio (Regione Autonoma), 5 in totaal: Sicilië, Sardinië, Aostadal, Trentino-Zuid-Tirol en Friuli-Venezia Giulia;
– De Provincie (Provincia), 95 in totaal, en
Metropolitane stad (Città metropolitane), 14 in totaal;
– De Gemeente (Comune), met als onderverdeling de fractie (Frazione)
Deze bestuurslagen hebben hun eigen volksvertegenwoordiging en bestuursorganen
[3] Ensie …door formules, woorden of gebaren bannen, onder zijn macht brengen: slangen bezweren; in ’t bijz. aldus doen verschijnen of verdwijnen: een geest bezweren; de duivel bezweren; — oneig.: nog tijdig afwenden, voorkomen, uit de weg ruimen: moeilijkheden bezweren; het gevaar, de storm (fig.) bezweren; een bezwerend gebaar, waarmee men iemands toorn of een stroom van woorden enz. tracht te sussen, te stuiten.
[4] Een ‘labyrintische zin’ is een extreem lange, ingewikkelde en kronkelige zin waarin de lezer als het ware verdwaalt.
[5] Incassobrief voor niet-betaalde tol in Italië
[6] Appartementsrecht. Een appartementsrecht is een aandeel in de eigendom van het gebouw of grond met het exclusieve gebruiksrecht van een bepaald afzonderlijk gedeelte (het privé-gedeelte).
[7] Schellinkje – Ensie – zie ook Engelenbak – Ensie
[8] Die Gedanken sind frei – Wikipedia
Die Gedanken sind frei – Rundfunk-Jugendchor Wernigerode
[9] Zie noot 8.
[10] Italiaanse scheldwoorden; De acht meest gebruikte Italiaans scheldwoorden.
[11] Celaeno, een van de harpijen. … vervaarlijke wezens, meestal afgebeeld als roofvogels met scherpe klauwen.
[12] Christine of Christina is een meisjesnaam die is afgeleid van de jongensnaam Christiaan, een afleiding van het woord christen (volgeling van Christus).
[13] Gedragsstoornis … een psychische aandoening waarbij iemand … negatief, opstandig of agressief gedrag vertoont dat ingaat tegen sociale normen.
[14] Periodieke explosieve stoornis. In de DSM-5 is de aandoening ingedeeld bij de stoornissen van de impulsbeheersing. Stoornissen in de impulsbeheersing is een groep psychische aandoeningen waarbij de persoon geen of weinig beheersing heeft van zijn natuurlijke impulsen. Dit houdt in dat de persoon zijn woede niet kan beheersen, … of zich de haren uittrekt.
[1] Das Wort verwinkeln (meist als Adjektiv verwinkelt gebraucht) bedeutet, dass etwas eng ist, viele Ecken und Kurven hat und keinen geraden oder übersichtlichen Verlauf aufweist.
[2] De bestuurlijke indeling van Italië bestaat naast de centrale overheid uit drie bestuurslagen:
– De Regio (Regione), 20 in totaal, waaronder de Autonome regio (Regione Autonoma), 5 in totaal: Sicilië, Sardinië, Aostadal, Trentino-Zuid-Tirol en Friuli-Venezia Giulia;
– De Provincie (Provincia), 95 in totaal, en
Metropolitane stad (Città metropolitane), 14 in totaal;
– De Gemeente (Comune), met als onderverdeling de fractie (Frazione)
Deze bestuurslagen hebben hun eigen volksvertegenwoordiging en bestuursorganen
[3] Ensie …door formules, woorden of gebaren bannen, onder zijn macht brengen: slangen bezweren; in ’t bijz. aldus doen verschijnen of verdwijnen: een geest bezweren; de duivel bezweren; — oneig.: nog tijdig afwenden, voorkomen, uit de weg ruimen: moeilijkheden bezweren; het gevaar, de storm (fig.) bezweren; een bezwerend gebaar, waarmee men iemands toorn of een stroom van woorden enz. tracht te sussen, te stuiten.
[4] Een ‘labyrintische zin’ is een extreem lange, ingewikkelde en kronkelige zin waarin de lezer als het ware verdwaalt.
[5] Incassobrief voor niet-betaalde tol in Italië
[6] Appartementsrecht. Een appartementsrecht is een aandeel in de eigendom van het gebouw of grond met het exclusieve gebruiksrecht van een bepaald afzonderlijk gedeelte (het privé-gedeelte).
[7] Schellinkje – Ensie – zie ook Engelenbak – Ensie
[8] Die Gedanken sind frei – Wikipedia
Die Gedanken sind frei – Rundfunk-Jugendchor Wernigerode
[9] Zie noot 8.
[10] Italiaanse scheldwoorden; De acht meest gebruikte Italiaans scheldwoorden.
[11] Celaeno, een van de harpijen. … vervaarlijke wezens, meestal afgebeeld als roofvogels met scherpe klauwen.
[12] Christine of Christina is een meisjesnaam die is afgeleid van de jongensnaam Christiaan, een afleiding van het woord christen (volgeling van Christus).
[13] Gedragsstoornis … een psychische aandoening waarbij iemand … negatief, opstandig of agressief gedrag vertoont dat ingaat tegen sociale normen.
[14] Periodieke explosieve stoornis. In de DSM-5 is de aandoening ingedeeld bij de stoornissen van de impulsbeheersing. Stoornissen in de impulsbeheersing is een groep psychische aandoeningen waarbij de persoon geen of weinig beheersing heeft van zijn natuurlijke impulsen. Dit houdt in dat de persoon zijn woede niet kan beheersen, … of zich de haren uittrekt.
foto’s

